Kort na de oprichting in 1769 kwamen de eerste geschenken bij het Zeeuws Genootschap binnen. In het begin waren het vooral boeken: publicaties van leden, beschrijvingen en observaties, algemene werken en een enkel bijzonder handschrift. Vanaf 1771 boden leden en niet-leden ook naturalia en objecten aan. De door God geschapen wereld was volgens de achttiende-eeuwse opvatting te verdelen in naturalia en artificialia. Naturalia waren de onbewerkte producten uit de natuur die door God waren geschapen, artificialia producten uit die natuur die door de mens waren bewerkt. Bij de eerste groep ging het vooral om mineralen, dieren, schelpen en planten, bij de tweede om ‘rariteiten’, opzienbarende objecten uit alle hoeken van de wereld.

Een verzameling die vanuit dit principe was opgebouwd, weerspiegelde als het ware de wereld in het klein en had in de eerste plaats een instructief karakter. Streven naar volledigheid stond niet voorop, met boeken konden eventuele lacunes worden opgevuld. Een encyclopedische manier van verzamelen die ook bij andere achttiende-eeuwse genootschappen te vinden was.

Pas aan het begin van de negentiende eeuw ging het ‘Zeeuws eigene’ - objecten uit het heden en verleden van de eigen provincie - een steeds grotere rol spelen. Dankzij jarenlange speurtochten in archieven en depots konden allerlei objecten uit de oudste collectie, die tussen 1769 en circa 1810 bijeen werd gebracht, worden geïdentificeerd.

 

Filter op

Of filter op een specifieke datering
Maak uw keuze of zoek een periode
Maak uw keuze of zoek een verworven van
Maak uw keuze of zoek een vervaardiger
Maak uw keuze of zoek een materiaal
Maak uw keuze of zoek een vindplaats

Versteend hout

Seleniet

Stenige omkorsting

Kalksteen

Vezelig rood hematiet

Twee stukjes ijzerhydroxide

Brokje ijzerhydroxide

IJzerhydroxide