Dossier: Dagboek Maria Johanna Schorer-van de Putte

Omslag:
Deze aanteekeningen zijn waarschijnelijk van Maria Johanna v.d. Putte, echtgenoote van Joh. Assuerus Schorer immers de een overleed den 15 April 1752 gelijk zulks ook van den in dit geschrift bedoelden Perzoon vermeld wordt.

[2] Na de kerk tijd zijn wij tot 6 uuren toe bij soon en dogter geweest.

Maand: den 6 Maart hebben wij Dom: E: Hollebeek aan ons huijs gehad met eenige vrinden dog was niet in staat om te repeteren, maar er is meest gesproken over zijn Ed: beroep, wij zijn 22 a 23 sterk geweest, en ijder een heeft eenig geld in een sakje gedaan, om voor de Boheemse Broed: letters te laten gieten, om bijbels mede te drukk: dit is reets na den Haag aan Dom: Hoedemaker gezond: Hoogduijts predikant aldaar. ’s Morg: heeft het seer gemist naderhand is ’t goed weer geworden.

Dingsd: den 7 zijn wij bij Dom: Bark in de kerk geweest.

Woensd: den 8 des morg: hebben wij Dom: Sgravezande met genoegen gehoord, des nademidd: hebb: wij een visite gedaan bij N: Schorer in de N:straat.

Donderd: den 8 hebben onse kinders bij ons gegeten en ook des avonds, Veerse Oesters, de Heer zij [2v] gelooft, voor al het goede dat hij ons dagelijks vergund, O mogten W’ons alle betamelijk en regt dankbaar betoonen, en gedragen etc.

Vrijd: den 10 heeden is het seer sagt aangenaam en verkwiklijk weer waar om dese morg: om 12 uur een toertie met dogter in de koets hebbe gereden met de 5 kinders en na de midd: ben ik met mijn man eens na buijten geweest, des avonds zijn wij thuijs geweest.

Zaturd: den 11 weer seer aangen: weer zijnde hebben wij met dogter weer een toertie gereden, en een visite samen gedaan, bij Nigt de Wed: Schorer in de Molstraat over 6 zijn wij thuijs gekomen.

Zond: den 12 des morgens hebb: wij in d’Oude Kerk E: Hollebeek gehoord, des nade midd: [3] N: de Profess: Willemsen in de N: Kerk over de eerste Zondag tuss: beijde hebb: wij bij zoon en dogter thee gedronken, en met ons beijde na de avondkerk gereden daar wij hoord: Dom: Sgravezande over titum [lees: Titus] 3:2-8. Mijn man was uijt de kerk komende seer vermoeid, dog beterde al vrij snel nadat wij wat thuijs waren geweest, en ik was seer fris, zodat ik weer seer veel reden van dank erkentenisse hebbe voor ‘t goede dat de Heere mij desen dag heeft gelieven te vergunnen. O wat is het niet groot zulke dierbare genade middelen te hebb:, en daar gebr: van te konnen maken de Heere geve daar schijnsel over, drukke het gehoorde op onser aller herten, en gemoederen,

Maart
[3v] beware het lange in den zin der gedagten onser herten om er onse gans gedrag, handel en wandel na in te rigten tot Zijn Eer en heerlijkheijt, en onser Zielen Zaligh: het zij zo alleen om Jesus wille.

Maand: den 13 heden morgen is het windrig en regenagtig weer, tegen den midd: wierd het beter dog zijn niet uijt geweest.

Dingsd: den 14 desen avond in de kerk geweest bij dom: E: Hollebeek met mijn man, soon en dogter.

Woensd: des morg: weer met mijn man in de kerk geweest bij Propon: Huijsselaar die wij met veel genoegen, en voer mij met zegen hebbe gehoord over Jes: 42 v 17 laaste lit des midd: hebt wij bij soon en dogter gegeten [4] met N. Schorer en N.V. de Perre etc.

Donderd: den 16 buijagtig koud weer desen midd: hebb: onse kind: bij ons gegeten met N.V. de Putte die voorlede Zond: van de reijs was gekomen, zijnde 3 jaar en 2 maand: uijt geweest, desen avond ben ik alleen na de kerk gereden hebbende mijn man desen morgen Podagra gekregen in de linker knie zodat zijn Ed: om laag is blijven slapen.

Vrijd: desen morg: had ik gedagt bij Dom: Sgravezande in de kerk te gaan, dog hebbe bij mijn man moeten thuijs blijven vermits zijn Ed: te bed is blijven leggen tot over elf, de pijn was niet erger.

Saturd: als voren, ben bij mijn man gebleven.

[4v] Zond: den 19 Maart ben ik tweemaal in de kerk geweest zijnde de knie van mijn man wat beter soon en dogter zijn na de kerk tijd bij ons geweest tot ontrend half 7 naderhand hebbe ik voor mijn man gelesen.

Maand. den 20 Vrijd: Saturd: en gister is het schoon weer geweest maar heden regenagtig, en windrig zo mijn man geen nieuwe toevall: krijgt heb ik hoop dat Zijn Ed: Woonsd: na de kerk zal konnen rijden, dat ik hertelijk wensche.

dingsd: den 21 zijn wij niet uijt geweest N:V: de Putte heeft alleen bij ons geget: dese morg: is ’t goed weer geweest sav: windrig mijn man matig wel

Woensd: den 22 ben ik des morg: bij Dom: Barkeij in de Chore kerk geweest, met Dogter en [5] zoon, des nademidd ben ik met dogter in de Oude Kerk geweest bij daar ik met veel genoeg: Prop: Huijssel: hebb: gehoord dogter was er ook dog was gans niet fris. Mijn lieve man is des nademidd: geweest in de Nieuwe kerk daar dom: Barkeij gepreekt heeft, mijn lieve man was thuijs komende seer vermoeid maar na wat stil geseten en 2 a 3 kop: thee hebbende gedronken is dat gebeterd, zo dat zijn Ed: een redelijk uijtgebr: gebed met ons huijsgesin gedaan en een toepass: uijt een preek gelesen heeft, door des Heeren goedh: heb ik na ’t uijtwendige de godsdienst konn: bijwonen, vrij wel zijnde, des morg: was ik een weijnig slaperig, en des na de ook wat in het eerste gebed, dog naderhand was dat meest over, zodat ik met genoegen hebbe kunnen en met volkome toestemming hoor: [5v] ag dat de Heere hetselve wilde zegenen aan mijn, en veeler hert: dat ik hertelijk wensche, en van den Heere ootmoedig smeeke etc

donderdag heeft soon L:F: en soon Will bij ons gegeten, des na de midd: wierd het slegt weer, mijn man was swaklijk zo dat ik alleen na de kerk bij Dom: Hollebeek geweest ben, en dogter niet wel zijnde ben ik na de kerk tijd na haar eens gaan sien was dien av: over haar Ed: en over mijn man seer bekommerd, om dat haar Ed: gans niet sterk is, en mijn man swaklijk blijft, etc

Vrijd: den 24 mijn man in de selve toestand, en seer slegt weer zijnde ben ik met soon en dogter in de voorbereijd: in de Chore kerk geweest, daar ik met seer veel genoegen, en met zegen Dom: Sgrave [6] zande hebbe gehoort.

Zaturd: den 25 ben ik niet uijt geweest mijn man was niet erger was zeer windrig weer

Zond: den 27 ben ik met mijn man in de Gasth: kk geweest daar wij met genoegen Neef Will hebb: gehoord over het eerste lid van het 4de vers uijt Ps: 37. Zijn Eerw: heeft ’t nagtmaal ook uijtgedeeld waardoor hij seer vermoed, en sware hoofdpijn gehad heeft, des na de midd: zijn wij beijde in de Nieuwe kerk bij Dom: E: Hollebeek geweest, mijn man was wat vermoeid, dog ging nog al redelijk wel, desen namidd: heeft het seer hard gewaaijt en des av: seer gestormd waardoor hier, en daar boomen uijt de grond gerukt zijn, dog van merkelijke schaade heb ik niet gehoord waar voor de Heere gelooft, en gedankt zij.

Maand: was het weer zeer buijieg, wij hebb: N: Schorer met haar Ed., dogter en soon bij ons ten Eeten gehad met de Dhr Leijsius v: amsterdam met onse [6v] kinderen samen 10 in getal, dog gingen alle vroeg weg behalven Nigt Schorer met soon de fiscaal, evenwel was mijn man seer gefatigeerd en ging ten eersten na bed, daar hij pas ½ quartier had ingelegen of rogt aan t vomeren al redelijk veel, dog was toen wat beter, en rustede des nagts vrij wel, dog ik was seer bekommerd, en ongerust.

dingsd: den 28 was het weer ongestadig, en stormagtig, mijn man was swaklijk, zodat ik bij zijn Ed: thuijs bleef.

Woensd: den 29. was mijn lieve man niet erger zodat wij uijt Eeten gingen bij N:V: de Perre, des av: was zijn Ed: wat vermoeid.

donderd: den 30 weer maartse buijen, dog mijn man niet erger des av: ben ik in de kerk geweest bij dom: Huijgens, des av: ben om mijn mans [7] swakk: wille, om laag komen slap: ’t welk ik al eer zoude gedaan hebb: dog om reden heb ik dat niet wel eerder kunnen doen.

Vrijdag den 31 Maart is t weer seer windrig mijn man tans meest inde selve swakheijt kunnende seer weijnig doen, of is ten eersten af, wat hier van de uijtkomst zal zijn is den Heere alleen bekend, maar mijn hert is menigmaal seer bekommerd, en beklemd, ik ben heeden niet uijt, maar op de solder besig geweest.

Zaturd: den 1 April ben desen dag weer op de solder, en niet uit geweest schoon het een aldercharmansten dag geweest is, mijn lieve man is desen morg: om 10 ueren opgestaan en des avonds ten 10 uer: na bed gegaan sonder tuss: beijde op de rustbank te ligg: gelijk ook gisteren niet, heeden komt zijn Ed: mij niet erger voor van desen midd: hebb: wij een brief van soon Putte ontfangen [7v] hij een groot ongemak aan zijn regter been gehad heeft, en ook aan ’t slinker been dog zo swaar niet en gevaar heeft geloopen om er ’t vuer in te krijgen maar weer verdwenen en nu meest over is, zodat hij hoop had in ’t kort te zullen kunnen uijt gaan de Heere zij gelooft voor de gelukkige herstellinge en beware hem verder na ziel en lichaam voor alle ongevallen onheijl en gevaar dat die hem niet treffen of overkomen mogen, alleen uijt vrije goedheijt

Zond: morg: den 2 April heb ik met genoegen Dom: Sgravezande de Paastext hooren preken uijt Matt: 28 de 4 eerste Versen, met soon en dogter in de Nieuwe kerk en des nademidd: met deselve, en mijn lieve man in de Chore kk: Neef Willemsen de volgende vers: tot t […] ingesloten, seer nadrukkelijk en met [8] veel ernst en aandrang mijn lieve man was seer vermoeit, dog dat beterde nadat zijn Ed: thee gedronken, en wat op de rust bank gelegen had; blijvende mijn man op tot over 10 ueren alsoo Soon, en dogter dien avond bij ons gegeten hadden, is matig weer geweest

Maand: den 3 April des morgens ben ik inde Oude kerk geweest daar ik Propon: Huijsselaar hoorde die zijn tekst had uijt Joh: 20 van vers 11 -18 ingesloten, des nademidd: mijn lieve man was op de rustbank leggende ben ik op zolder besig geweest des avonds is zoon en dogter bij ons geweest om afscheijd te nemen, vermits zij des av: in ’t Jagt gingen slapen om des anderen daags vroeg na Holl: de reijs aan te nemen ’t welk mijn man seer getouscheerd heeft zo dat zijn Ed: [8v] zig swaklijk bevindende om half 9 uer: na bed begaf, ik was dien avond niet weijnig aangedaan, zo om het vertrek van onse lieve dogter en soon met hun 4 oudste kind: blijvende alleen het jongste thuijs als ook in sonderh: over de swaklijkheijt van mijn lieve man, zijnde in een toestand die mij seer kommerlijk voorkomd en na ’t mij toeschijnd niet veel bij komen moet, om een eijnde van zijn leven te maken, dog de Heere is magtig hem te herstelle, waar van wij voor lede jaar de blijken hebben gehad zijnde zijn Ed: toen in ruijm zo een gevaar en swaklijken toestand geweest, mijn oogen sien alleen op hem van wien onse hulpe komen moet, na dat mijn man een uertie of ander half te bed [9] had gelegen vond hij sig wat beter, daar ik den Heere voor danke, en love.

dingsd: den 4 April bevind mijn lieve man zig niet erger, hebb: redelijk wel gerust, en ik, Gode zij Lof, niet minder, desen morgen heeft het onder en tusschen bij buijen gewaaijd geregend, en gehaageld, en tuss: beijde weer goed weer geweest en voor de wind na Holland zo dat ik hoop heb, dat onse kind: desen avond het wel in Holl: zullen hebben gebragt of immers niet ver van daar, na de midd: is het beter weer geweest, mijn lieve man is nadat mij toeschijnd heeden niet erger geweest en ten mijnen opzegten heb ik ik oneijndige stoffe van danksegg: voor de aanhoudende gesontheijt die ik het geluk hebbe te genieten ’t welk ik na waarde niet beantwoorden kan

[9v] Woensd: den 5 April om de swakheijt van mijn veel geliefde man ben ik bij Dom: Sgravez: niet in de kerk geweest, daar ik anders gelijk ook gisteravond, graag zoud gegaan zijn maar des nademidd: ben ik een kleijn uertie (mijn man op de rustbank leggende) uijt geweest om eenige noodsakelijke boodschapp: te doen, minne met ons kleijn C:keetie inde koets mede nemende, desen dag is mijn lieve man niet beter gew: en zo ’t mij toeschijnd desen avond swakk: dan gister wann: zijn Ed: met de Boden ½ Cap: gelesen, en een gebed gedaan heeft, dog desen avond niet zijnde voor 9 ueren in zijn bed gegaan het water is desen dag seer dik geweest Og mijn vrees, en kommer, is seer groot want mij voor komt zijn Ed: in een seer gevaarlijken toestand is, dus er niet veel [10] bij komen moet om zijn Ed: te doen sucomberen O dat ’t de Heere mogt behaagen een uijtkomste te geven met dese besoekinge tot Zijn Eer mijn mans heijl en wesenlijk nut, en tot mijn en onser kinderen blijdschap doet ’t groot ontfermer, bij Wien uijtkomsten zijn tegen de dood, eij hoord tog de sugting, en smeekingen van uwe dienstmaagd og verhoord mij uijt Vrije goedh:, alleen om Jesus Wille dien gij altijd hoord, amen ja amen. desen dag is ’t droog en redelijk goed, dog koel weer geweest en van den avond heeft het gereg: en al vrij hard gewaaijd

donderd: den 6 April heeden is de morgen redelijk en na de midd: vrij goed weer geweest onse soonen van Vliss: en Vere hebben alleen desen middag bij ons gegeten, mijn lieve is [10v] desen dag wel niet erger maar ook niet beter geweest heeft wat ongemak in beijde voeten gehad en zijn van den av: wat geswollen of het weer op Podagra zal uijtkomen is de Heere bekent, mijn hert is menigmaal seer ontroerd, en met reden vermits zijn Ed: seer swak is. O Heere ontferm u mijner, en hoor tog mijn zugten, en smeeken die ik geduerig tot u doe.

Vrijd: den 7 April is ’t matig dog koud weer geweest des namidd: ben ik eens na Buijten gereden met ons kleijne Catie keetje om gereetschap te brengen voor de schoonmaaksters tegens maandag, dog was door de noorde wind seer koud, de 2 N: Schorer zijn van voor 5 tot 7 ueren toe aan ons huijs geweest mijn man was seer swak, met beijde voeten schoon geswollen, is ’t niet erger, dog zijn toestand niet beter twijffel of er savonds niet wat koorts bij komt de Heere geve met de besoek: een uijtkomst ten goede tot zijn Eer en onser aller heijl

[11] Saturd: den 8 April desen morg: begon mijn man te klagen van Podagra in de regter hand, ‘t welk desen dag vrij wel gegaan is kunnende, deselve nog gebruijken verder is de swakheijt meest eender geweest altans niet beter omtrend half 9 is mijn lieve man na bed gegaan hebbende wat koorts, heeden onder thee drinken ontfang: wij een brief van soon de fiscaal die ons meld, dat des dingsd: morg: omtrend 4 ueren van Middelb: afgevaren des av: om 9 ueren boven dort seer gemaklijk was aangekomen met een goede voor de wind dog na Rotterd: in de wind hebbende was dat op ver na so gemaklijk niet geweest des woensd: midd: zijn sij om 12 ueren aldaar gearriveerd daar zij onze soon Putte in een goede welstand hebb: aangetroffen, des nade midd: zijn zij ten 5 ueren te Delft aangeland, en kort daar na, na den Haag gereden, de Heere zij daar voor geloofd [11v] ter dier selfder tijd dat wij den gemelden ontfingen kregen wij een rouwbrief van Leeuwaarden ter communicatie v:’t overlijden van den laasten germ: Neef V: mijn man, namelijk van den naam Van Vierssen in het 80 jaar zijns Ouderdom na een siekte van ruijm 4 weken, zo verliesen wij d’eene Vriend voor, en d’andere na, hoe lange de Heere ons inden lande der levendige zal over laten is hem alleen bekent, leerd ons tog groote ontfermer zo leven, dat wij den Ap: Paul seggen kunnen, wij sterven alle dage, desen dag is het seer goed, dog koel weer geweest, een noord Ooste wind

Zond: den 9 April desen nagt heeft mijn lieve man seer weijnig geslap: door dien de pijn in de regter hand seer toegenomen heeft kunnende die tans niet gebruijken, de voeten heeft zijn Ed: geen pijn in gehad, dog blijven die nog al vrij wat [12] geswollen dus ik desen dag bij mijn lieve man hebbe moeten thuijs blijven, had anders gehoopt desen morg: in de kerk te gaan om D: Sgravez: te hooren, dog nu is ’t mijn Godsdienst mijn man in zijn swakheijt en pijnlijke toestand op te passen, en zo veel mogelijk is bij te staan, ik dank den Heere dat hij mij zo een schat van gesonth: bij aanhoudenh: vergund en dus in staat steld om dat te kunn: doen, ik hebbe oneijndige dankens stoffe Heere geeft mij tog altijd maar dankens lust. Mijn man klagende van eene gespannenth: onder de borst zo hebb: wij den Docter laten haalen zijnde die desen av: omtrend 8 ueren gekomen en heeft een drankje geordoneerd,’t welk ik van herten wens dat de Heere dit zal gelieven te zegenen. Night Ockersen met haar Ed: dogter en Juffr: J:P: Winkelman zijn van half 5 tot over half 6 bij ons geweest, om eens na mijn [12v] man te komen zien.

Maandag den 10 Ap: desen nagt heeft mijn man redelijk wel gerust met de pijn in de hand is het weer meest over dog de toestand vind ik wel niet dat erger, maar ook niet dat beter desen dag geweest is, den Doc meend dat mijn man een kontinueel koorsje heeft ’t geen mij seer bekommerlijk voorkomt de Heere is het eijnde bekend heeden gister, en eergist: is ’t seer schoon weer dog buijten de zon kool geweest.

Dingsd: den 11 desen morg: heeft den Doct: mij lieve man niet erger gevonden, maar een Lavem: geordon: vermits zijn Ed: gister geen afgang gehad heeft na midd: over half 3 is dat geschiet met seer goed succes, dog was daar wat van [13] vermoeid Nigt Schorer B: Wed: met haar Ed: dogter zijn om 12 uer: een half uer bij ons geweest van 4 tot 5 uer Dhr. en Mev: Bodd: verder alleen, beter is mijn man wel niet, maar zo ’t mij toeschijnd ook niet erger, dog is seer stil, heeden weer fraaij droog, dog buijten de zon koud weer geweest, de Heere zij geloofd en gedankt voor ’t goede deses dags.

Woensd: den 12 April heeden desen morg: ontrend half 11 mijn lieve man uijt zijn bed opstaande kwam zijn Ed: mij seer verswakt voor, zijn gesigt stond ook gans niet wel den adem gong zeer kort zo dat ik seer bekommerd, en mijn hert desen dag seer bekneld is geweest, zijn Ed: heeft nog al iets gegeten en zo ’t scheen smaakte het nog al redelijk, dog drinkende beefde hij seer, dat ik nog niet eens zo bespeurd hebbe, is ook seer [13v] geesteloos, en dof geweest den Docter niet komende heb die laten versoeken na mijn man te komen sien gelijk ook gedaan heeft, dog wat laat zijnde reets half 9 en mijn man besig om in ’t bed te gaan, dien Heer vond mijn man seer bekommerlijk, en bevreest voor een schielijk toeval, ik wensche stille te zijn onder des Heeren hand, hij geve een gelukkige uijtkomst voor mijn lieve man, tot Zijn Eer, en ag was het tot mijne blijdschap, is het zo niet hij is de Heere zal het zijn tot zaligh: van mijn man, en tot mijne droefheijt zal ik hem moeten miss: met welken ik bij de 34 jaar door den Huwelijks, en liefde band ben vereenigt geweest [14] het zal mij tot Ziels innige en hertgrievende smert wesen, dog ook dankens stoffe blijft er over dat niet eerder, en al over lange dien band ontbonden, en los gemaakt geworden is etc etc.

donderd: den 13 April desen dag is mijn lieve man wat beter geweest dog heeft seder dingsdag geen afgang gehad, schoon des Namidd: een half pijpje met Neef Vos van Utrecht gerookt heeft, onse sonen, van Vere en Vliss, hebb: bij ons geget: dog zijn des namidd: weer derwaarts gekeerd, mijn man niet goed vindende dat zij hier bleven, het is weer seer koud buijten de zon geweest.

Vrijd: den 14 mijn man heeft nog al redelijk gerust, dog ontwakende vond ik zijn Ed: erger als gister den adem veel korter gaande swakk: en geeste [14v] looser, den Doct: komende heeft dat ook zo bevonden, en een Lavem: geordoneerd ’t welk ook voor elf uer geset is, dat ¼ uer bij zig houdende ontrend den helft daar van is kwijt is geword: met een steijnig afgang daarbij naderhand heeft zijn Ed: nog eens een weijnig af geweest dog was meest de rest V. t. Lavement, […] een weinig gort met rosijnen en wat mee en roode wijn toegedronken omtrend ½ 3 ueren is mijn lieve man na het sekreet gegaan terwijl ik hem ondersteunde dat ik seer afkeurde vermits hij daar veel te swak toe was, dog zijn drift bragt hem zo ver, daar komende was hij ter dood toe vermoeid, en daar wat vertoefd hebbende ging zijn Ed: met behulp van 2 onser knegts weer na de kamer, en op de rustbank was toen geheel af, Nigt [15] Van de Perre kwam om half 5 na mijn lieve man sien, dog was toen seer geesteloos, en slaperig Nigt Willemsen vond hem een weijnig daarna in deselfde toestand. Dom: Barkeij kwam insgelijks na zijn Ed: sien en sprak nog wat met zijn Ed: na een wens gedaan hebb: nam dien Heer zijn afscheijd, om 6 uer of half 7 kwam Mev: V: Ossenberg die nog al wat met mijn swakke man sprak, dog tuss: beijde stil lag maar den adem seer kort ging om half 8 hielpen wij mij lieven man na Bed die doodelijk vermoeid was, den Heer Doct: komende vond mijn lieve man seer gevaarlijk, zo dat ik dien nagt bij zijn Ed: bleef, met onse soon van Vere [15v] die ik sonder mijn mans weten had laten haalen dog onse soon van Vliss: had den brief te laat ontfang: waarom hij dien avond niet had konnen komen, Juff. de Wed: Kok bleef ook bij mij dog verdere omstandigheid kan ik niet aan teijkenen zijnde daar niet in staat toe dus ik het hier bij moet laten of ik het na desen zal kunnen doen zal den tijd leeren.

Ag, ag, mijn lieve man die heeft God weggenomen Ik zal wel tot hem gaan maar hij niet tot mij komen De Heere wil er mij toe bereijden

[16] Zaterdag nagt den 15 April ontrend ¼ voor 12 ueren heeft mijn lieve man mij en al ‘t ondermaansche verlaten het tijdelijke leven afgelegt om ’t Euwige leven aan te vangen, daar hij zo lange na had verlangt, nu is zijn sterven geworden Erven, nu rust hij op zijn slaapstede en zijn Werk: volgen hem na, O heuggelijk, o zalig sterven Heere gund dat ook aan mij, en ook aan al de mijne getrouwe verbonds God zijt, en blijft tog onse God en ook onses Zaads God in tijd, en Eeuwigheijd all: [16v] uijt vrije genade, na den oneijndigen rijkdom Uwer barmhertigh: all: om de algenoegsame soen verdiensten van den door lijden volmaakten dierbaren Heere Jesus den Soon uwer liefde die met u O Vader en Heijlige geest toekomt, en alleen weerdig zijt te ontfang: alle roem, Lof, prijs, Eer en Heerlijkh: Van nu aan tot in een eijndeloose eeuwigh: amen, amen
Sij Prijs en prijs: ism: pligt niet Vra: wat er goed of kw: is, Wat kan ’t and: zijn als legt ’t geen d’uijtvoer van den eeuwigen raad is. [17] ik wensche niet, ik wil niet meer muveren, O neen, daar beware mij d’ heere voor maar sluijte met dit versje zo menigmaal door mij al wenschende op gesongen:

Zoud Gij ’s Heer: weg bedillen
Neen mijn ziel dat past u niet
T past u, zo als God te willen
Schoon Gij ’t wijze Gods niet siet
k wil niet morr: Heer, en Koning
k wil aanbidd: ’t Eeuwig Al
k wens mij te bukken en voor U woning
zelfs in t bitterst Ongeval

’s Heeren weg is altoosd heijlig,
’s Heeren weg is altijd goed
Zo te willen is zo veijlig,

Wijl ’t de hoogste wijsheijt doed

Wel voor mijn alder bitterst Ongeval, O droevig ongeval [17v] de Heer maake mij bedaard, stil en onderworpe te zijn, onder zijn slaande hand, en voor mij sware post.

Transcriptie J. de la Hayze

Gerelateerd

Dagboek Maria Johanna Schorer-van de Putte

Hs 3893

Gerelateerd

Jacobus Willemsen

ZI-IV-0937

Adrianus 's Gravezande

ZI-IV-0408

Gerelateerde dossiers

Journaal van mijn reis door Vrankrijk

Een reisje door Duitsland in 1862

Bericht uit het leger van Napoleon (1)

Bericht uit het leger van Napoleon (2)

Herinnering aan Mr. S. de Wind

Napoleon in Middelburg en Domburg in mei 1810

Wat vermag een vrouw

Beterschap

In dienst van de Garde Impériale

Een reisje naar Axel

Proeven met stinkhout

Brief uit Parijs

Reisje over de Surinamerivier in 1816

Londen in 1790/1791

Semen sabadillies

Vier Romeinse oudheden

Plunderingen in Middelburg in 1787

Kort Verhaal van een geweldig oproer voorgevallen binnen Middelburg in Zeeland van Vrijdag 29 junij

Journaal, gehouden op eene reis van Rotterdam naar Batavia en terug, met het Fregatschip Soerabaya,

Advies betreffende overspel van een predikant rond 1755

Strafexpeditie naar de westkust van Guinea 1869

Twee zeldzame voorwerpen

Inzet van Europeanen als arbeiders in Suriname

De invasie van het Mogolse rijk in 1738

Verslag van beschietingen bij Aardenburg van 1 mei 1794 tot 13 januari 1795

Verzuchting van een afgewezen kandidaat

IJsvermaak in Kortgene

Castra Herculis of Witlam?

Zwerftochten langs de Westerschelde