Dossier: Een reisje door Duitsland in 1862

Hs 8004

1862

[3] Op Donderdag 17 Julij vertrokken wij om 6 uur met zeer schoon Weer per stoomboot naar Rotterdam, in gezelschap van de families Gerlachs, Schorer, Abresch, Mevr. Roëll en kinderen, de Dames Hoek, Jufvr. Rochefort, Jufvr. Van Deinse enz. en gingen bij onze aankomst onmiddellijk op de trein naar Arnhem, alwaar wij om 5 ure in het Stationsgebouw aten, door en langs de stad wandelden en om 9 ure verder spoorden naar Emmerik, waar wij om 10¼ ure in het Hotel Royal van Hennings tegenover het Stations gebouw aankwamen beneden soupeerden, en zindelijke maar kleine kamers kregen. Het Weer was den gehelen dag goed gebleven.

Vrijdag 18 ’s morgens 8 ure spoorden wij naar Cassel, en moesten te Dortmund alwaar wij om 12½ uur aankwamen van trein verwisselen wij aten in het Stationsgebouw, wandelden door de zeer leelijke vuile echt Duitsche stad en spoorden om 3 ure 25 minuten verder door naar Cassel alwaar wij om 9½ ure dood vermoeid in de Römischer Kaiser van Mr Lang aankwamen alwaar wij op de 3de verdieping ruime maar niet erg zindelijke kamers kregen zooals ook den anderen het geheele Hôtel zeer verwaarloosd en onzindelijk bleek te zijn. De bediening was echter zeer goed. De [3v] Oberkellnner een neef van den eigenaar van het Hôtel maakte zich spoedig als landgenoot bekend daar hij ons ook al dadelijk voor Hollanders erkend had. Hij was een Amsterdammer en deed zich zeer beschaafd voor. Wij soupeerden boven, en gingen spoedig naar bed. Het had die dag slechts één oogenblik geregend overigens mooi Weêr geweest.

Zaturdag 19 Na ontbeten te hebben wandelden wij om 9 ure door de stad, over de Königsplatz en Friedrichs Platz alwaar het paleis van den Kürfürst is en gingen nu de Aupoort uit, voorbij een groot gebouw Kattenburg genaamd dat bij den dood van den Stichter in 1820 onvoltooid is gebleven en wandelden de trappen afgedaald zijnde door de Augarten die zeer mooi is. Aan de Table d’hôte om 1 uur maakten wij kennis met Mr en Mevr Caramelli uit Amsterdam, die ons zeer aangename menschen schenen te zijn. Zij reden daarna even als wij naar de Wilhems Höhe, aan den voet van den heuvel legt het Zomerpaleis. Wij kwamen nu eerst aan den Löwenburg die ons aan de romans van Anne Radcliffe deed denken, hier zagen wij ook eene kamer met een wonderlijk bewerkt behangsel met wit koralen grond en figuren van met zijde bewerkte kleederen en geschilderde papieren aangezigten, alles verdeeld in vierkanten. Elk vierkant had 2 figuren doch dezelve hadden geene historische beteekenis. Ook zagen wij er fraaije Gobelijnen [4] en beschilderde bekers en ook een marmeren gebeeldhouwde tafel op muzyk enz. Nu reden wij verder naar de Riezen Thurm met zijnen koperen Hercules, waaraan gedurende 14 jaren 2000 menschen arbeidden en waarvan de kosten zoo vele waren dat men zegt de rekeningen verbrand zijn geworden. Het is een breed 8 kant gebouw, met een piramide waarop het 31 voet hooge beeld van Hercules staat, en in welks knods men kan staan. Mr Caramelli en Oom namen er de proef van en ik ging ook naar boven maar Tante bleef wijselijk beneden op de platteforme, want na de donkere moeijelijke trap opgeklommen te zijn kon ik wel in de knods zien maar had er niet veel aan daar dezelve voor dames ontoegankelijk is. Nu verder trappen afgeklommen zijnde kwamen wij aan eene grot van Pan, met veele springende fonteinen die zij nu voor ons lieten werken, zoodat wij bijna geheel in de regen stonden, nu daalden wij verder de trappen af en reden terug en gingen om 10 ure naar bed. Met uitzondering van eenige minuten regen ’s morgens was het den geheelen dag mooi Weêr geweest.

Zondag 20 Wandelden wij om 9 ure met een regenachtige lucht naar de Augarten, en bezagen het Marmerbad; van binnen een zeer schoon gebouw, met beelden daar de kunstenaar Monod 36 jaren over gewerkt heeft en er in 1716 aan begonnen is. De beelden hebben echter weinig kunstwaarde wegens de [4v] weinige uitdrukking der gezigten een enkel uitgezonderd. Terugkeerende zagen wij de grote parade op de Friedrichs Platz. Cassel is geheel eene militaire stad de Kürfurst pronkt gelijk vele der kleine duitsche Vorsten gaarne met zijn militaire magt men ziet hier verschillende en zeer fraaije uniformen jammer dat vele er zoo vuil en verwaarloosd uitzien. Table d’hôte om 12 ure daar dien dag gelijk des Woensdags de kunstmatige Watervallen van het RiesenSchloss in werking worden gebragt. - Wij reden daar nu heen even als Mr en Mevr Caramelli, en zagen nu aan den voet van het Riesenschloss onder begunstiging van heerlijk Weêr het water tusschen de trappen die wij den vorigen dag afgedaald waren langzaam komen, en eindelijk tot eene zware gordijn worden nu gingen wij verder naar de Aqueduc daar het ook al spoedig kwam, de Teufelsbrucke, de Grosse Fontaine en eindelijk de Neue Wasserfall, alles op eenigen afstand van elkander. Verder wandelden wij naar de Restauration dronken daar koffij vonden daar het rijtuig, en reden nu naar de Felsenkeller daar 3 tuintjes zijn daar beurtelings muzijk gemaakt werd en wij bier dronken en kwamen om 8½ ure terug en wandelden nog even door de stad. Wij hadden dien middag zeer aangenaam gezelschap aan Mr en Mevr Caramelli gehad.

]5] Maandag 21 Om 10½ ure vertrokken wij van Cassel naar Leipzig en passeerden Eisenach (den Wartburg deed zich zeer schoon voor) Gotha Erfurt, Weimar enz. tot Eisenach hadden wij gezelschap aan Mr en Mevr Caramelli die tot onze spijt ons nu vaarwel zeijden. Wij kwamen om 6½ ure te Leipzig aan in de Stadt Rom een zeer zindelijk logement, aten beneden à la carte en wandelden toen in den omtrek langs de Boulevards alles nieuw aangebouwd met prachtige groote huizen; over de Augustus Platze overal stonden kleine kraampjes Frinkhalle genaamd waar Soda en Seltzer water word verkocht. Hoewel het zeer koud was het toch goed Weêr, en hadden wij slechts in het sporen een weinig regen gehad.

Dingsdag 22 Reden wij met een Dronke een uur door de stad die zeer groot en fraai en zindelijk is met ruime straten en pleinen veel nieuw aangebouwd. Wij reden voorbij het graf van Gellert Poniatowski voorbij het huis waar Schiller gewoond heeft over de markt met het leelijke stadhuis beneden voor winkels ingerigt en vertrokken om 12 ure met de trein naar Dresden waar wij om 4 ure aankwamen en in het eerste Hôtel bij de Elbe geen plaats konden krijgen alwaar wij bij gebrek aan vigilantes te voet aankwamen en [5v] het een zeer groot eind loopens was, daar er hier nu vigilantes stonden reden wij nu naar Hotel Victoria waar wij mooije kamers kregen wij aten boven, wandelden daarna en woonden in het Bruhlsche Terras een zeer mooi Concert bij en keerden om 10 ure terug. Het was den geheelen dag mooi Weêr.

Woensdag 23. Om 9½ ure gingen wij naar das grüne Gewölbe in het Zwingert dat tot Museum is ingerigt wandelden al de 8 zalen door met kostbare voorwerpen in brons ivoor amber, verguld zilver, ook prachtige juweelen waaronder eene enorme broche met 130 steenen, kostbaar ingelegde wapenen, ook een van de stukken van Dinglinger voorstellende het Hof van de groote Mogol Aurengzele zittende op zijnen troon, omringd van wachten en Hovelingen in het geheel zijn er 130 figuren van zuiver goud geémailleerd - ook zagen wij een allerkunstigst mandje van brood door eene nog levende Dame in Dresden gemaakt. Vervolgens zagen wij het Cabinet Historique ook in het Zwingert met de wapenrustingen en ridders te paard zoo als zij ten tournooije trokken verschillende oude wapenen waaronder een zeer moorddadig italiaansch dat in het lijf gestoken aan weerskanten uitsprong waarop eene Fransche Dame in ons gezelschap de aanmerking maakte C’est aussi un Italien qui a inventé cela. Wij waren blijde dat Mr Caramelli daar niet bij tegenwoordig was. - Vandaar gingen wij nu naar het Cabinet Acoustique [6] van Kauffman dat verwonderlijk is door de vele instrumenten die men in een instrument hoort ook zagen wij nog een zeer klein vogeltje dat fluitte gingen naar een Café daar tegenover en reden verder naar het Japansch Museum in kelders ongelukkig, waar wij zeer veel schoons zagen jammer dat het er zoo donker was. Voor het diner gingen wij in het Café François Madera gebruiken in de allée digt bij het Hôtel aten zeer goed en woonden verder in het Bruhlsche Terrasse een zeer mooi Concert bij. Wij hadden dien dag nogal regen gehad.

Donderdag 24 Gingen wij om 10 uur naar het Museum van Schilderijen (ook in het Zwingert) eene onafzienbare reeks kamers. De Madonna van Raphael een geweldig groot stuk, hangt in eene kamer alleen, het gezigt van Maria heeft iets zeer reins en kinderlijks overigens trof ons deze schilderij althans op het eerste gezigt niet zoo als wij gedacht hadden. Daarna wandelden wij door den aanleg, en gingen naar het Café Français waar wij onder eene stortbui aankwamen. Verder schreven wij brieven op de kamer en woonden na Table d’Hôte een mooi Concert bij van 2 corpsen op het Bruhlsche Terras. Het was lief Weêr geworden hoewel nog al winderig zoodat de aangekondigde prachtige Illuminatie moest uitgesteld worden en er alleen een paar ballons á giorno aan den ingang geplaatst werden.

Vrijdag 25 Met heerlijk weer reden wij om 9½ ure naar de Badplaats Tharand en deden daar aankomende met [6v] een aardig gidsje van 12 jaren dat op de Volksschool Chemie Physica Anatomie enz leerde eene wandeling van 2 uren kwamen voorbij het Graf van Cotta en na in de tuin van ’t Logement wat gegeten te hebben weder eene nog prachtiger van 4 uren naar de Edele Krone waar men een heerlijk uitzigt heeft dronken bier in eene geringe restauratie (hier werden wij door een Heer die zich daarna als Leipziger kapelmeester bekend maakte voor Noorwegers aangezien) en gingen met een opzigter in den Tunnel daar digtbij. Om 6 uur terug gekeerd zijnde reden wij ten 6½ naar Dresden terug. Wij hadden den geheelen dag allerprachtigst Weêr gehad en het te Tharand bijzonder mooi gevonden.

Zaturdag 26 Julij. Weder zeer schoon Weêr. Wij wandelden 9½ naar de Schlossgarten gingen in de Zoôlogische garten die nog jong is Melk aan de Restauratie en teruggekeerd in eene andere mindere Restauratie aan den ingang van de Schlossgarten Madera. 4 uren Table d’Hôte daarna gingen wij naar de Comédie alwaar zij de Postillon de Lonjumeau gaven, de uitvoering was zeer goed.

Zondag 27 Julij Van 11 tot 12 uur gingen wij in de R.C. Sophiakirche digt bij de Elbe Brug de groote Mis bijwoonen het was prachtige Muzijk en er waren heerlijke stemmen bij verder gingen wij over de Elbe brug door de Neustadt naar het [7] Linkensche Bad aan de Elbe, met een heele lieve tuin, gebruikten daar Melk, en wandelden verder op naar het Waldschloss dat nu niet veel meer dan eene restauratie is daar hetzelve over 6 jaar afgebrand is. Oom ging met de kellnner nog even een trap op om een schönes aussicht te hebben. Teruggekeerd aan het Linkensche Bad aten wij in de tuin en woonden van 4 tot 9 ure een heel mooi Concert bij, en wandelden toen naar huis. Het was den geheelen dag prachtig Weêr geweest.

Maandag 28 Julij Gingen wij naar de Saxische Schweitz en vertrokken om 9 uur per trein naar Potscha voeren aldaar met eene boot over naar Wehlen, alwaar men een gids neemt, en aanvaarden nu de tocht; eerst naar de Bastei over de Heinisgrunde zagen de Teufelskuche kochten glaasjes aan een kraampje er was daar ook een rustique restauratie waar wij even zaten. Van de Bastei heeft men een heerlijk uitzigt op de vestingen Konigstein en Lilienstein. Wij aten in het Logement met eene menigte Duitschers en ook met Ds Toorenenbergen uit Vlissingen en Ds van den Ham uit Utrecht met hunne echtgenooten die wij reeds te Dortmund gezien hadden. Bij onze aankomst op de Bastei had ons al dadelijk alleronaangenaamst getroffen de kermismuzijk die daar uitgevoerd werd zoo geheel in tegenspraak met de verheven woeste natuur rond ons, die geweldige rotsgevaarten die soms het denkbeeld gaven van een groot [7v] kerkhof en wij beaamden ten volle het zeggen van Ds Toorenenbergen aan tafel dat de eenige Muzijk die in zulk eene natuur pastte een Onweder zou zijn. Na gegeten te hebben wandelden wij verder door de Amselgrund daar ook eene massa rotsen ons een reusachtig kasteel op een der groenen heuvel toescheen. Hier moesten wij nu een rijtuig nemen naar Hohnstein en wandelden daar naar de Teufelsbrucke en Wolfsschleucht eene groote spleet tusschen de rotsen door kunstmatige trappen van houten rollen begaanbaar gemaakt. Een eind verder ontmoetten wij het rijtuig weer, en reden nu naar den Brand met schones aussicht en dronken daar koffij en reden nu verder naar het dorpje Schandau alwaar het kermis was (de eenigste dag in het jaar). Met veel moeite kwamen wij door het gewoel heen en eindelijk in het Forsthaus Hôtel aldaar aan, alwaar wij zeer goede vooraf bestelde kamers kregen. Wij hadden dien dag 8 uur gewandeld en hadden zeer warm prachtig Weêr gehad.

Dingsdag 29 ’s Nachts Onweêr daardoor veel bekoeld maar ook betrokken. Wij reden nu om 8 uur met rijtuig van het Hôtel in gezelschap van de gids tot de Slaudenmuhle en gingen nu verder weer te voet. Eerst naar de Kuhstall. Jammer dat het nu zoo nevelig was wij letterlijk niets konden zien van het schönes aussicht, wij kropen hier door eene rotsspleet en door de Stolze Caroline aldus genaamd omdat zelfs koningen zich [8] er al buigende moesten doorwerken. Hier ontmoetten wij weer Ds Toorenenbergen en familie die den vorigen dag de namiddag toer niet zoo als wij gemaakt hadden maar onmiddellijk naar Schandau gereden waren. Door het ongustig Weer afgeschrikt gingen zij terug naar Schandau, wij gingen evenwel door, de groote Winterberg op, hier gingen Tante en ik op paarden, die wij onderweg ontmoetten. Het was eene moeijelijke steile door de regen glibberige weg. Wij waren om 12 uur boven, het was er zeer koud doch in het Logement in de zaal stikkend heet en vol. Wij aten dadelijk, en beklommen daarna den toren waarvan men het schoonste uitzigt geniet daar wij nu helaas niets aan hadden. Nu wandelden wij naar Prebisthor onbeschrijfelijk schoon; hier hadden wij toch een helder oogenblik en vandaar naar Hernskretschen waar wij de stoomboot afwachtten die daar om 6 uur voorbij kwam. Wij waren daarmede eerst om 9½ in Dresden terug het was bovenop zeer koud, en beneden zeer warm wegens de massa menschen. Te bejammeren is het dat men overal in deze schoone streken op de mooiste punten die ellendige kermis muzijk aantreft en ook de menigte van menschen veel van het rustige genot beneemt.

Woensdag 30 Om elf uur reden wij naar het Japansch Museum [8v] in de Neustadt, bezagen aldaar het Antique Museum met zeer schoone beelden, vervolgens de Bibliotheek 27 kamers waar wij onder anderen zagen een handschrift van Luther een aflaatbrief van Tetzel een bijbel uit de elfde Eeuw enz. enz. Aan het Bruhlsche Terras gebruikten wij Madera en reden na Table d’hôte naar de Grosse Garten bezagen het Alterthums Museum aldaar, wandelden verder en dronken koffij aan de groote restauratie, en kwamen om 9 uur te huis. Den geheelen dag goed Weêr doch s’avonds veel betrokken.

Donderdag 31 Wegens aanhoudende regen moesten wij nu tot 2½ ure op den kamer blijven en deden daarna boodschappen. Table d’hôte volgens gewoonte 4 uur. Vervolgens gingen wij met mooi Weêr naar het Schutzenfest op de Vogelwiese. Dit algemeen bekende feest in Duitschland schijnt ook met de kermis in verband te staan er waren hier eene menigte spellen. Tenten groot en klein waar men iets gebruiken zelfs eten kon; de Koninglijke Tent was er ook, de koning werd nog dien avond gewacht, ook kraampjes met speelgoed dat verloot werd en Tentjes daar men naar het doel kon schieten ook een massa Carousels. In plaats van wafels bakte men hier saucijzen en worst er waren daar ook eene menigte kraampjes van. Het was er zeer vol de rustige bergen [9] in de verte staken onderling af bij dit woelige tooneel wij keken ook even naar het schieten gebruikten koffij aan eene der Tenten en gingen daarna naar het Bruhlsche Terras waar alle avonden Concert is waar wij een broodje aten en om 10½ naar huis wandelden. Wij hadden nu deze stad die wij den anderen dag zouden verlaten ook meer als eene interessante dan wel mooije stad leeren kennen zoo als Murray er ook van zegt er heerscht veel drukte en levendigheid wij hadden dikwijls niet kunnen slapen van het geweld der rijtuigen. Het Logement was bijzonder goed, doch de Table d’hôte slecht bezet en daardoor uiterst vervelend, doch het eten zeer goed. De Hotêlliste al altijd met vrouw en zuster keurig getoiletteerd mede doch was nu een paar dagen te voren vertrokken naar Brussel alwaar hij een Hôtel gekocht had en dit aan zijnen Oberkellner overgedaan had die zoo als hij ons zeide het met primo Augustus in bezit zou nemen.

Vrijdag 1 Augustus. Namen wij afscheid van den Oberkellnner die wij nu als Heer van het Hôtel groetten, en vertrokken per trein om 9 ure naar Eisenach waar wij eerst om zonder verwisseling van trein 7 ure aankwamen in het Thuringer Hof zindelijk Logement op de markt tegenover de voormalige gevangen poort, wij wandelden nog even na Wijn en beschuit gebruikt te hebben en soupeerden in de Zaal. Wij waren wederom [9v] door eene Duitsche Dame in de trein aangezien voor Noorwegers. Tusschen Woensdag en Donderdag had men hier eene vreeselijke Wolkbreuk gehad waar menschen bij omgekomen waren, en waardoor vele landerijen vernield vele boomen ontworteld en wegen onbruikbaar waren geworden zooals wij reeds in het sporen gezien hadden.

Zaturdag 2 Aug Om 9½ reden wij naar den Wartburg met zeer schoon Weêr en langs eene schoone weg; wij zagen dan de Groote Zaal Banket en de Sangerssaal en de kapel daar Luther gepredikt heeft, en in het kleine afzonderlijke gedeelte zijne Cel, nog geheel dezelfde gebleven de plekken in den muur als hij den inktkoker naar den Duivel gooide zijn er ongelukkig door Engelschen uitgebroken verder wandelden wij met een gidsje door het Annathal eene zeer mooije wandeling men heeft hier vele beekjes iets dat men in de Saxische Schweitz mist. De Annaschleucht konden wij uit hoofde van de Wolkbreuk niet doorwandelen dat zeer jammer was. Wij reden nu naar de Hohesonne en dronken melk (2) aan de herberg (1) die wij daar volop bekwamen iets zeldzaams in deze streken waar men weinig koeijen heeft en waar behalve voor de koffij weinig melk te bekomen is. Hier in dezen omtrek zag men nogal koeijen en ook eene menigte geiten. Terugrijdende door [10] het Marie Thal kwamen wij om 4 uur te Eisenach terug waar wij de Table d’hôte afgeloopen zijnde, á la carte aten, en daarna wandelden naar Pflugenberg een zeer mooi aangelegde tuin daar digt bij aan een rijk Heer toebehoorende met vele schoone uitzigten op de stad en omtrek vooral op den Wartburg. 6½ uur vertrokken wij per trein naar Cassel alwaar wij 10 ure in ons oud Logement Romischer Kaiser aankwamen en eene verdieping lager vrij zindelijke kamers kregen. Den geheelen dag hadden wij mooi Weêr gehad.

Zondag 3 Aug Gingen wij even in de Protestante St Martinskirche digt bij het Logement waar wij zeer mooi hoorden zingen de Ds was er nog niet. Tot onze verbazing liep er een man met een wierookvat door de kerk hij verdween door eene andere deur als door welke hij binnen gekomen was in het Logement hier naar vragende konden wij het regte niet te weten komen men bleef er bij dat het toch eene Pr. kerk was. Boven op de toren van deze kerk woont ook een torenwachter met vrouw en kinderen die verpligt is ’s avonds en ’s nachts elk kwartier aan de 4 zijden van den toren op den hoorn te blazen 1 2 3 en dan het volle uur is het dus 12 uur zoo hoort men het 48 maal. Dit is meer de gewoonte in Duitsche steden. Zooverre wij merken konden volbragt hij steeds getrouw zijn pligt. Wij zagen nu ook wederom de troepen door de stad [10v] marcheeren met Muzijk en spoorden om 12 ure naar Hartsburg met verwisseling van trein te Wolfenbuttel een onaanzienlijk station daar niet veel meer als bier te krijgen was en wij een half uur moesten wachten. Wij kwamen te Hartsburg om 5 ure aan in het Hôtel Brunswijk vlak bij de spoor naast het Station, wij kregen benedenkamers gebruikten wijn en beschuit deden eene wandeling in den omtrek en zagen ook den Brocken in de verte, soupeerden in de zaal en gingen om 10 uur naar bed.

Maandag 4 Aug Reden wij om 10 ure naar den Brocken dat een rit is van 6 uren. Te Ilsenburg waar wij om 11 ure aankwamen moesten de paarden rusten en gevoederd worden vooral moesten zij er volop drinken hetgeen zij boven op den Brocken volstrekt niet mogen doen wegens de hardheid van het water dat hetzelve onbruikbaar maakt voor mensch en dier althans raauw. Wanneer het waschdag is kunnen de koetsiers daar soms een weinig gekookt water bekomen om het voeder mede te bevochtigen. Toen wij naauwelijks 3 knochen weer op weg waren moesten wij terugkeeren wegens het kreupel worden van een der anders goede paarden het beest was slecht beslagen geworden en kon den Brocken niet op. Wij moesten nu te Ilsenburg in het sombere Logement blijven [11] logeren terwijl de koetsier naar Hartsburg verder terugreed en den anderen dag met andere paarden zou komen. Wij kregen hier nu toch goede kamers aten ook vrij goed en deden daarna eene zeer schoone wandeling naar den Ilsenstein met prachtige uitzigten. Het was dien dag ook zeer mooi Weêr.

Dingsdag 5 Aug. Daar wij onze koetsier eerst om 12 ure terugwachtten deden wij nu eene wandeling met een gids die veel verhaalde van de jonge Graaf Stolberg van Weringerode ook graaf van Ilsenburg en ons ook bij het kasteel bragt dat hij laat vernieuwen en waar hij komt woonen hij doet ook veel goed in den omtrek. Teruggekeerd zagen wij tot onze spijt de koetsier met dezelfde paarden aankomen hij had er geene andere kunnen krijgen, het was veel beter en het zou wel gaan enz. Er was niet aan te doen maar gelukkig ging het heel goed en kwamen wij eindelijk 5 ure boven op den Brocken het was er fel koud het is een woeste kale berg, 3500 voet boven de oppervlakte van de zee. Het Logement is geheel voor de koude ingerigt, laag van verdieping en overal van dubbele ramen voorzien wij kregen goede kamertjes doch van niet meer als het volstrekt noodige voorzien wij aten zeer goed in de Zaal. Wij beklommen den toren en keken door de [11v] Téloscoop men ziet hier ontzettend ver doch is te hoog om met het bloote oog veel van het schoone uitzigt te genieten. De invallende nevel benam ons nu alle uitzigt zoodat het was of wij aan de Noordzee waren ongelukkig zagen wij de Zon nu ook niet ondergaan. Het is hier meer ontzag verwekkend dan wel liefelijk. Wij wandelden nog even in de rondte de koetsier plukte Heksenbessen voor ons maar het was zoo koud dat wij niet lang buiten konden blijven daar wij den volgenden dag zeer vroeg op moesten zijn gingen wij spoedig naar boven. Oom en ik dronken pons. De lieden van dit Logement hebben een zeer afgezonderd leven de reizigers blijven er nooit langer als een dag; gedurende de 3 ergste wintermaanden zien zij niemand. In het late najaar worden er gedurende 4 weken levensmiddelen naar boven vervoerd en blijven zij verder met hun 6 personen buiten alle verkeer met menschen; de mannen gaan dan wel op de Vossenjagt, zij lezen veel en hebben overigens een treurig leven volgens hunne eigene verklaring zij moeten dan ook bijna den geheelen dag licht aanhebben. Zij schijnen daar ’s winters te moeten blijven voor het onderhoud van de meubels en het bestoken van het huis behalve de beide zomer maanden moeten zij het geheele jaar door het huis verwarmd [12] hebben. Er waren hier met ons een groot aantal reizigers ongelukkig geen Hollanders.

Woensdag 6 Aug Om 4½ ure werden wij gewekt door het luiden der klok om de zon te zien opgaan hetgeen wij gelukkig prachtig zagen. Oom en Tante buiten ik van uit mijne kamer. Toen wij na nog even te bed te zijn gegaan om 6 uur opstonden was het zeer ongunstig Weêr zware nevel en veel regen. Wij moesten tot 8 uur wachten voor wij vertrekken konden. Het was fel koud en t regende toch nog wat doch het klaarde naderhand toch op. Te Ilsenburg daar wij nu ook weer ophielden konden de paarden nu weer drinken doch moesten eerst nog bekoelen. Ongelukkig was dat eene paard weer erg kreupel geworden zoodat wij met groote moeite en langzaam rijdende Hartsburg weer bereikten. Wij aten à la carte, wandelden naar het Julius Bad daar het heel lief was en veel menschen logeerden dronken daar koffij en bestegen verder den Burgberg met zeer vele schoone uitzigten na 4 ure was het zeer lief Weêr geworden.

Donderdag 7 Aug Na ingepakt te hebben wandelden wij weer de Burgberg op langs de kortere maar zoo als nu bleek veel steilere en minder schoone weg. Wij gebruikten wat in het Logement er waren ook veel logeergasten daar. Men heeft hier [12v] ook veele schoone uitzigten. Den Brocken zagen wij van hier boven al de omliggende bergen uitsteken. Terug gekeerd hadden wij om 1 uur eene niet zeer brillante Table d’hôte onder andere gefarceerde kalfsborst in de gedaante van Amandelpers en krenten. - 2½ uur reden wij naar het schoone Ockerthal waar wij in eene zeer onaanzienlijke rustique Restauratie bier dronken en hier wat zouden wandelen doch de regen noodzaakte ons terug te keeren, en onder aanhoudende regen reden wij terug.

Vrijdag 8 Aug Vertrokken wij voor goed van Hartsburg en reden om 7 uur met dezelfde koetsier en een zeer klein paard in plaats van het zieke zoodat de andere hem over de kop keek. Wij reden nu eerst bij Ilsenburg naar het stadje Weringerode alwaar wij in het Logement op de markt afstapten. Er is daar een zeer oud merkwaardig Stadhuis. Nu wandelden wij naar het op een half uur afstands hoog gelegen kasteel van dien naam dat wij evenwel niet van binnen zagen maar met de portier rond wandelden. Dit kasteel is op zich zelve een dorp; als het ware met een straat, rondom door de bedienden en beambten van den Graaf bewoond. Vanuit de Slottuin heeft men prachtige uitzigten. Teruggekeerd in het Logement reden wij nu verder naar Blankenburg en bezagen op een half uur daarvoor [13] de Ruïne van de verwoeste vesting Regenstein een waar Rooverskasteel. Hier heeft de kunst zich met de natuur vereenigd vele der vertrekken waren kennelijk gedeeltelijk of geheel rots ook de grond is geheel en al rots. De geschiedenis van dit kasteel schijnt in het duister te leggen.
Te Blankenburg kregen wij in het Hôtel zeer goede kamers aten in de zaal à la carte, en gingen nu het kasteel van dien naam bezien, dat zeer vele prachtige kamers bevat; die welke de Hertog bewoont mogten wij niet zien wij zagen ook een billard zaal een Theaterzaal en de kapel dit gedeelte is nog op de rots gebouwd die men ook ziet, en waar men kennelijk over gaat. Wij zagen vele schoone portretten van de vorstelijke familie en eene menigte knipsels in lijstjes, werk van Marie Theresia als kind. Jammer dat de Duitsche paleizen meest allen zoo verwaarloosd er uitzien hier zag men ook kapotte gordijnen. Het plein van het kasteel is van leelijke onregelmatige steenen. Het is veelal een mengeling van rijkdom en armoede vele der overgordijnen waren dood eenvoudig van meubelchits, en aan het onderhoud van de gebouwen zelve wordt zelden iets gedaan. Wij wandelden daarna nog even voorbij de Restauratie Heidelberg en gingen vroeg naar bed.

[13v] Zaturdag 9 Reden wij om 7 uur met onze koetsier naar de Wilhelmsplatze digt bij Fresenburg, om het schoone Boden Thal te zien, waardoor men door een Tunnel gaat. Verder reden wij naar de Rotstrappe, waar wij in het Logement eerst wat gebruikten, en een prachtig uitzigt genoten, en na met eene vrouw de Rotstrappe bestegen. Hier in het Hartsgebergte is het als het ware nog schooner als in de Schweitz, men ziet hier prachtig in de vallei, wij daalden nu de rotsen met veel moeite langs ongebaande moeijelijke wegen over de keijen weer af tot bij de brug, bij de waterval die hier bruischt en heenstroomt, en kwamen verder bij eene landelijke Restauratie waar men ook prachtig van alle kanten ingesloten is en gingen verder naar de Restauratie de Waldkater waar wij ons rijtuig vonden dat ons naar het digtbij gelegen Thale bragt. Hier namen wij afscheid van de koetsier en dineerden zeer lekker à la carte in het prachtige nog niet voltooide Logement digt bij de spoor dat 200 kamers moest bevatten en waar men ons ook een danszaal liet zien. Wij vertrokken nu met de trein naar Brunswijk waar wij te vergeefs voor 3 Logementen stilhielden en eindelijk in het 4de Hôtel de Prusse ééne doch groote zindelijke kamer kregen, het was daar kermis en daardoor alle Logementen vol.
[14] Hier hoorden wij ter vervrolijking dat er voor 3 weken brand ontstaan was in het Logement zoo als wij dan ook uit het raam der kamer die op de binnenplaats uitzag niettegenstaande de duisternis konden zien dat er gebouwd werd. Ook vertelde men ons dat er sinds den vorigen dag oproer in Hanover was wegens het invoeren van eene andere Catechismus. De koning was gevlucht en nu hier bij den Hertog van Brunswijk. Blijde dat wij toch onder dak gekomen waren sliepen wij in weerwil van sombere tijdingen zeer goed.

Zondag 10 Aug. Wandelden wij door de Schloss garten voorbij het paleis en langs de Singels. Overal ziet men hier werken zoo als er in het Logement zelfs onder kerktijd ook gebouwd werd en alle winkels waren open men kon volstrekt niet zien dat het Zondag was dat is nu wel algemeen zoo in Duitschland doch naar mij voorkomt is de eene stad erger als de andere. Teruggekeerd gebruikten wij in het Logement Bouillon met brood daar wij naar Emmerik gingen dien dag. Hoewel de kamer zeer goed was zoo was het Logement toch allerakeligst somber en donker vooral de Zaal waar wij ontbe [14v] ten hadden. Het regende dien morgen het was er zeer donker en koud. Om 12½ ure reden wij naar het Station van Emmerik en kwamen langs de markt waar het nu volop kermis was iets dat onaangenaam aandeed. Om 1 uur van Braunschweig vertrekkende moesten wij eerst te Oberhausen waar wij om 8 uur aankwamen van trein verwisselen, en vertrokken van daar om 9 uur en kwamen tegen 11 uur te Emmerik aan, waar wij in hetzelfde Logement heele lieve kamertjes eene verdieping lager als de vorige keer kregen.

Maandag 11 Aug Vertrokken wij met de trein om 8 uur naar Arnhem alwaar wij het Rijtuig van Oosterbeek vonden, aldaar eenige dagen bleven, en eindelijk

Zaturdag 16 augustus per stoomboot in gezelschap van de families Fak Brouwer, Roell, Ds Cramer enz. enz. behouden te Middelburg aankwamen.

 

Transcriptie J. de la Hayze

Gerelateerd

Verslag reis naar Duitsland

Hs 8004

Gerelateerde dossiers

Journaal van mijn reis door Vrankrijk

Bericht uit het leger van Napoleon (1)

Bericht uit het leger van Napoleon (2)

Herinnering aan Mr. S. de Wind

Napoleon in Middelburg en Domburg in mei 1810

Wat vermag een vrouw

Beterschap

In dienst van de Garde Impériale

Een reisje naar Axel

Proeven met stinkhout

Brief uit Parijs

Reisje over de Surinamerivier in 1816

Londen in 1790/1791